Koortslip

De kort-verhaal biografie is een (familie-) anekdote die uitgewerkt is tot een kort verhaal. In dit voorbeeld over een oom die ik nooit gekend heb, maar over wie op verjaardagen altijd weer gepraat werd. Van de eerstelijns getuigen is bijna niemand meer in leven, dus heb ik het –voordat het voorgoed vergeten wordt– opgeschreven.

 

Fragment uit een kort verhaal over
Aloys Oude Elferink (Almelo 1923 – Vriezenveen 1945)

Biografie WietjeWat hem het meest hinderde was die hardnekkige koortslip die hem al dagen parten speelde. Het was afgelopen nu, de oorlog was voorbij, en híj zat met een koortslip. Wie wilde er nou dansen met Wietje Koortslip? Zijn maten waren door het dolle, vanavond was er groot feest in de Westeinde School. En zij waren de helden. Helden van het verzet. Ze hadden van de BS commandant drie karabijnen toegewezen gekregen, en een bren. Gisteren vijf NSB-ers gevangen genomen. Liever had hij ze doodgeschoten, maar dat mocht niet. Nou ja, eigenlijk vond hij dat zelf ook niet kunnen. Tussen de gearresteerden had hij zijn eigen onderwijzer herkend. Meester Dolf.

'Moeder was in ’35 naar het westen gegaan. Ze woonde nu met vier kinderen op een etage in de Amsterdamse Pijp. Veel van zijn vroegere vrienden waren in Duitsland voor de Arbeitseinsatz. Sukkels. Ik was op tijd ondergedoken, en had gelijk contact gemaakt met de knokploeg. Eindelijk was er wat doen. Ben je tenslotte achttien, sta je alsnog aan de kant, rotmoffen. Dat meester Dolf bij de NSB was wist ik niet eens. En die had nog wel de zoon van De Vries helpen onderduiken, Abraham de Vries van de stoffenwinkel, waar later die Krause in is gekomen. Die had ik graag door zijn Duitse kop geschoten, maar hij was ‘m met Dolle Dinsdag al gesmeerd.
Ik heb verdomme nog geen schot kunnen lossen, al de hele oorlog niet. Maar Jaap heeft patronen geregeld. Straks gaan we oefenen, ieder vijf patronen. Er ligt een doos lege flessen in de kelder, die komen dan mooi van pas.
'

Die koortslip. Verdomme. Ik wil dansen. Misschien met een beetje scheerschuim er op, en dan wrijven. In de spiegel zie ik de deur langzaam open gaan. Ineens zie ik die karabijn. Ik draai me om, het scheerschuim zit nog op mijn bakkes. Daar staat Jaap, hij laat lachend het wapen zakken. Kijk je wel uit, zeg ik, maar hij richt opnieuw.

Kranteknipsel 26 mei 1945

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.